Algemeen

INLEIDING

Omdat onze school er in de eerste plaats is voor onze leerlingen, is er sinds jaar en dag een goed uitgebouwde leerlingenbegeleiding, op maat van elke leerling.

Leerlingenbegeleiding geniet in VCM bijzondere aandacht als school van de Broeders van liefde.
We onderschrijven immers de zogenaamde pedagogie van de Christelijke caritas: de dienstbare en liefdevolle zorg voor ‘iedereen’ – met een voorkeur voor diegenen die op één of andere manier minder kansen krijgen.

De leerlingenbegeleiding streeft ernaar dat de leerlingen zich goed voelen op school en tot leren komen.

LEERLING STAAT CENTRAAL OP VCM

Net zoals in heel wat scholen proberen wij in ons schoolbeleid en onze schoolkeuze de leerling steeds centraal te stellen. Wanneer we onze leerling-staat-centraal-gedachte wat concreter willen toelichten, komen we snel bij 3 belangrijke principes op onze school: we gaan zoveel mogelijk uit van de talenten van onze leerlingen, wij proberen de context van elke leerling zo goed mogelijk te kennen om er - waar nodig - rekening mee te kunnen houden en we weten dat elk kind zijn eigenheid heeft en dit soms leidt tot aangepaste werkmethodieken en aanpak.

Elk kind heeft eigen talenten. Dit is één van de belangrijke uitgangspunten op onze school.

Op VCM vinden we het belangrijk dat elke leerling eigen talenten kan ontdekken en verder kan ontwikkelen. En hoewel we onze leerlingen ook voldoende buiten hun ‘comfortzone’ proberen uit te dagen, is het bevestigen van een talent de basis om leerlingen zichzelf te laten zijn op onze school en hun weg te laten zoeken naar hun eigen toekomst.

Door uit te gaan van talenten maken we een verschil. Dit uitgangspunt geeft elk kind het zelfvertrouwen om zich op onze school goed te voelen en motiveert om ook minder vertrouwde vaardigheden en competenties aan te leren en uit te proberen.

Elke leerling spreekt zijn eigen taal? Op VCM proberen we om de TAAL van onze leerlingen te begrijpen.

Elk kind heeft zijn eigen specifieke context en eigen achtergrond. Het kennen van deze context is belangrijk, want het bepaalt mee hoe een kind handelt of juist niet handelt, hoe een kind presteert of juist minder presteert, of hoe een kind in een bepaalde zin evolueert. Elke leerling heeft zo zijn eigen verhaal en spreekt zijn eigen taal.

Onder de coördinatie van directie, leerlingenbegeleider en het team coaches proberen wij de context van elk kind beter te kennen en zo de eigen taal van een leerling beter te begrijpen. Op die wijze proberen we specifieke kansen, hulpmiddelen, opvolgingstrajecten en dialoog meer op maat van de individuele leerling mogelijk te maken.

STRATEGIE VAN DE ZORG

Brede basiszorg – Fase 0 van het Zorgcontinuüm:

Wat hebben leerlingen nodig om te leren? Elke school biedt brede basiszorg. Dit is wat alle leerlingen nodig hebben om zich te kunnen ontplooien en gebruik te kunnen maken van hun talenten en mogelijkheden. De school biedt voor alle leerlingen dezelfde brede basiszorg met aandacht voor de noden van elke leerling. Dus niet alleen voor diegenen met extra noden, maar tegelijkertijd voor elke leerling.

Extra aandacht voor zwakkere leerlingen

Alles begint bij de vakleerkracht; de leerkracht doet ertoe. Zowel het proces van leren leren als het bewaken van een positief klasklimaat tijdens het lesgeven is de verantwoordelijkheid van de vakleerkracht. Dit wordt tijdens personeelsvergaderingen regelmatig benadrukt - als we aandacht besteden, stilstaan en nadenken over het toepassen van een zo ruim mogelijke brede basiszorg.

Even belangrijk op vlak van brede basiszorg zijn onze coaches. Sinds het schooljaar 2017-2018 werken we op VCM heel bewust niet met een klassieke klastitularis maar wel met een coach. Een coach heeft dezelfde verantwoordelijkheden als een klastitularis, maar we gaven aan deze functie ook een ruimere invulling: zo verwachten van de coach dat hij/zij een belangrijke rol speelt bij de motivatie van zijn leerlingen. Het grote verschil met de klastitularis is dat de coach verantwoordelijk is voor een beperkt aantal leerlingen. Daardoor is er een betere opvolging mogelijk. Een coach volgt in VCM niet alleen het leerproces van de leerling maar ook gedrag en welbevinden op. Ook onze officiële leerlingencontacten (min. 2 keer per jaar) spelen een belangrijke rol. Tijdens het leerlingencontact voert elke leerling een gesprek met zijn/haar coach. In het gesprek ligt de focus op aspecten die de leerling zelf wenst aan te kaarten: welbevinden (op school, in de klas, m.b.t. de gekozen studierichting), leren leren, orde, …

Wat als er een probleem wordt gezien/gehoord/gesignaleerd?

Indien het probleem te maken heeft met leren en studeren, pakt de vakleerkracht dit eerst zelf aan en werkt handelingsgericht. Dat wil zeggen dat de onderwijsbehoeften van elke leerling centraal staan. Concreet komt het erop neer dat we voor elke situatie trachten na te gaan wat een leerling precies nodig heeft, wat we eraan kunnen doen, hoe we kunnen te werk gaan, hoe we het kunnen aanpakken, met wie we gaan overleggen, wat we willen bereiken, wie de leerling daarbij kan helpen en uiteindelijk wie de leerling zal/kan opvolgen.

Ook tijdens het regelmatig leerlinggebonden teamoverleg hebben we oog voor de onderwijsbehoeftes van de leerlingen – we wisselen uit met alle vakleerkrachten die les geven aan de leerlingen uit een bepaalde klas. Hieruit kan voortvloeien dat er overleg komt met de leerling en/of de ouders.

Als blijkt dat bij deliberaties, ondanks al deze inspanningen, de leerling niet slaagt, adviseren we andere richtingen en kan het CLB ingeschakeld worden om advies te geven inzake schoolloopbaan.

Als het probleem te maken heeft met welbevinden is de coach degene die er in eerste instantie mee aan de slag gaat. Hij/Zij gaat in gesprek met de betrokken leerling(en) en contacteert de ouders (in samenspraak met de leerling). Als de coach zich onvoldoende beslagen voelt om dit probleem aan te pakken speelt hi/zijj het door naar of bespreekt hij/zij het met de leerlingenbegeleiders.

Verhoogde zorg – Fase 1 van het Zorgcontinuüm

De meerderheid van de psycho-sociale problemen worden op de wekelijkse zorgvergadering met directie en/of CLB (onthaal) ter sprake gebracht. Dit vooral om met elkaar te overleggen, de concrete aanpak verder af te spreken, … Het is ook daar dat er kan beslist worden om de leerling verder te laten begeleiden door een trajecter van het CLB. Dit wanneer de leerlingenbegeleiding vastgelopen is en extra ondersteuning nodig vindt omwille van de complexiteit van het dossier.

Ook onderdeel van verhoogde zorg zijn de redicodi’s voor onze leerlingen met leer- of gedragsstoornissen (vb. dyslexie, dyscalculie,…), ontwikkelingsstoornissen (vb. ASS, ADHD, …) of andere specifieke noden (vb. bij problemen met dieptezicht, hoogbegaafdheid, diabetes, lichamelijke beperkingen…). Deze worden in het begin van het schooljaar opgesteld door de leerlingenbegeleiders in samenspraak met de vakleerkrachten. Tijdens het eerste oudercontact worden ze samen met leerlingen en ouders besproken.

Tijdens schooljaren waarin we leerlingen hebben die recht hebben op ondersteuners uit het Ondersteuningsnetwerk Vlaamse Ardennen, behoren afspraken, contacten, .. met deze ondersteuners ook tot het takenpakket van de leerlingenbegeleiders.

Uitbreiding van zorg – Fase 2 van het Zorgcontinuüm

Wanneer blijkt dat bovenstaande maatregelen niet volstaan om de leerling te ondersteunen dan gaan we over naar uitbreiding van zorg.

Het CLB/de trajecter wordt ingeschakeld en maakt afspraak met de betrokkenen: kind, ouders, coach, leerlingenbegeleiding en er is een eerste overleg op school. Daar worden de ondersteuningsbehoeften besproken, wordt gekeken hoe we de leerling verder kunnen helpen. Er is tussendoor regelmatig overleg tussen trajecter en de leerling enerzijds, maar ook tussen de trajecter, de ouders, de school, evt. externe begeleiders/therapeuten anderzijds.

Individueel Aangepast Curriculum – Fase 3 van het Zorgcontinuüm

Indien dit nog niet volstaat om tegemoet te komen aan de onderwijsbehoeften van de betrokken leerling, schakelen we over naar fase 3: overstap naar school op maat.

LEREN LEREN

Weten hoe je moet leren is cruciaal om te kunnen slagen. Toch merken we dat heel wat leerlingen niet altijd weten hoe ze moeten beginnen te leren. In een secundaire school komt hier nog bij dat de verschillende vakken telkens een andere manier van leren veronderstellen én dat die vakken dan ook nog eens door verschillende leerkrachten gegeven worden.

Daarom begint ons proces van leren leren bij de vakleerkracht. Elke leerkracht weet het best hoe je zijn/haar vak moet studeren. Op VCM besteedt elke leerkracht tijdens zijn/haar lessen aandacht aan ‘leren leren’.
Concrete studietips, voorbeelden van toetsvragen, geheugensteuntjes, … zijn mogelijke items die hierbij aan bod kunnen komen.

In het secundair onderwijs wordt ook van de leerlingen verwacht dat ze hun schoolwerk plannen. Soms zijn er grotere opdrachten die je niet kunt realiseren de avond vooraleer je je taak moet indienen. Een herhalingstoets studeer je ook best verspreid op verschillende momenten. Plannen is niet voor alle leerlingen even evident. Wie hiermee worstelt, kan steeds terecht bij de coach en/of leerlingenbegeleiders. Afhankelijk van het feit of je in de eerste, tweede of derde graad zit, wordt er een traject met jou uitgewerkt zodat je nadien zelfstandig aan de slag kunt.

Ook binnen een klasgroep mag men er niet van uit gaan dat elke leerling meteen op een gelijk niveau zit. Een klas bestaat uit een verscheidenheid aan individuen die elk op hun eigen tempo de aangeboden leerkansen verwerken. Daarom hechten we op onze school ook belang aan differentiatie. Hét uitgangspunt bij onze handelingsgerichte manier van werken en bijgevolg ook ons zorgbeleid blijft de brede basiszorg, zoals hierboven toegelicht. Op VCM zorgen we voor elke leerling, met daarbij aandacht voor ieders eigenheid.

Dit proberen we o.a. te doen door te zorgen voor een krachtige leeromgeving. Aandacht voor onze leerlingen, digitale agenda, lesbegin- en lesverloop, het opmaken en afnemen van toetsen en taken, een variatie aan (interactieve) werkvormen, een klimaat van verbondenheid en het belang van ondersteuning met feedback (= leren uit je fouten) en remediëring vormen maar een greep uit de mogelijkheden die onder brede basiszorg vallen.

Specifiek in de 1ste graad worden er in het Flexcafé in kleinere groepen sessies “leren leren” gegeven: Hoe maak ik mijn boekentas? Hoe organiseer ik mijn mappen? Hoe maak ik een samenvatting? Hoe en wanneer plan ik mijn taken en lessen? …

ONZE SCHOOL ALS LEEFOMGEVING

Naast het bijbrengen van vakgerichte kennis en vaardigheden engageren wij ons als secundaire school om onze leerlingen te laten groeien tot positief kritisch veerkrachtig ingestelde jongeren met een gezonde veilige levensstijl. Hierbij willen we hen stimuleren in het ontdekken hoe ze respectvol kunnen opkomen voor een eigen mening en hoe en wanneer ze een eigen verantwoordelijkheid kunnen dragen en hoe ze passend weerbaar kunnen zijn. We vinden het belangrijk dat VCM-leerlingen de kans krijgen om te leren omgaan met de diversiteit in onze samenleving en oog hebben voor een duurzame wereld.

Om dit engagement ook effectief waar te maken bieden we als school een heel gevarieerd pakket aan vakoverschrijdende activiteiten aan zoals onze leerlingencontacten, teambuilding en klasactiviteiten, acties in het kader van een eigen pestactieplan, handelingsgerichte initiatieven en herstelgesprekken, Level Up-projecten rond het creëren van een duurzame school/wereld, deelname aan KRAS scholierenparlement, meerdaagse uitstappen en uitwisselingsprojecten, sociale, culturele, maatschappelijke, wetenschappelijke en economische activiteitendagen, vrijwilligersprojecten, Zuidactiedagen, vrij podium-namiddagen evenals initiatieven rond gezonde en veilige levensstijl en nog zoveel andere kansen.

Als school zijn we ons bewust van onze bijdrage die we kunnen leveren in het opvoedingstraject van onze leerlingen. Bovendien zijn wij een omgeving waar medewerkers, leerlingen en ouders vlot met elkaar moeten kunnen samenwerken. Enkele principes vinden wij als school dan ook heel belangrijk en deze hebben we in eigen leefregels uitgewerkt.

Deze leefregels zijn onder meer afspraken rond orde op de speelplaats, klaslokaal en de hele schoolomgeving (ORDE), de opvolging bij te laat komen of afwezigheid op onze school (STIPTHEID), duidelijkheid over de gewenste klasattitude en respect tegenover medeleerlingen en leerkrachten (GEDRAG), afspraken rond het bijhouden van notities van afwezige leerlingen (HULP EN SAMENWERKING), een absolute nultolerantie tegen pesten met een duidelijk antipestbeleid en respectplan (SCHOOLKLIMAAT), afspraken rond veiligheid met de fiets (VEILIGHEID), afspraken rond aanvaardbare schoolkledij (RESPECT), ….

Als school denken wij ook na hoe wij onze leerlingen zinvol, respectvol en sociaal met gsm, laptop, IPad en andere multimedia apparaten kunnen laten omgaan. Wij kozen in overleg met onze ouderraad niet voor een verbod, maar wel voor afspraken waarmee we leerlingen leren omgaan met deze apparatuur in een schoolomgeving.

Uiteraard hechten wij als school ook belang aan items zoals taalbeleid, relaties, privacy, seksueel overschrijdend gedrag en veiligheid. Dit doen we in de eerste plaats door een klimaat te creëren waar deze items bespreekbaar zijn op onze school.

Bij overtredingen van leefregels die wij als school vanuit onze identiteit en waardenkader heel belangrijk vinden, proberen wij met een geheel van herstelgerichte maatregelen niet louter te focussen op het sanctionerend aspect, maar steeds ook tot een bijsturende en dus herstelgerichte aanpak te komen.

Concreet kan u met al uw vragen omtrent leerlingebegeleiding of extra zorg op onze school terecht bij:

1-2-3: Christelle De Weze a.i. Jolien D’homme
christelle.deweze@viso-cor-mariae.be

4-5-6: Els Van Damme
els.vandamme@viso-cor-mariae.be